Skip links

Autisme – het wolkenkonijn

“Autisme is ‘mijn wolkenkonijn’; het is een ‘zwak’ konijn vol weerstand met zijn advies-gevende vriendje ‘wolkje’ in mijn hoofd”, zei de oudste zoon van Rita. “Ze zijn er altijd en ik laat ze daar maar wat rondlopen.”, vertelde Ben verder. Hij ziet zijn “autisme” als een steeds aanwezig zijnde “wolk-en-konijn”. Dat eigenaardigheidje bleek een of ander middelgroot ‘ventje’ te zijn, dat ergens enigszins op een konijn zou gelijken. Eentje met vrij lange en uitermate gevoelige (sens)oren weliswaar. 

En dat mannetje ging, en gaat vandaag nog, samen met zijn fluisterende, nog kleinere, cumulusachtige kameraadje naast hem op wandel doorheen Ben’s hoofd. Dat is wat Ben geloofd. Zo ervaart hij dat; zijn autismespectrumstoornis en zijn stilzwijgen. En zie, wat zou jij doen met een wolkje in het bovenste deel van je lichaam – dat je regelmatig allerlei gedachten toefluistert over wat je moet doen en wat net niet mag doen?

Een jongen zoals Ben, iemand met een autismespectrumstoornis, luistert daar naar. Want Ben wordt zoveel gewaar, zoals dingen die hij moeilijk kan plaatsen, dat hij trouw gehoorzaamt aan zijn wolkenvriendje in zijn hoofd. Of die nu gelijk heeft, of niet, daar staat Ben zelfs nooit bij stil; dat maakt hem weinig uit. Het is Ben’s gedachtestroom die hem dingen voor waar doet aannemen zonder zichzelf daar wat bij af te vragen. Vragen zijn voor hem nu eenmaal te complex. En de enige die hij kan vertrouwen is zijn wolk-en-konijn.

Uit de situatie met zijn mama, Rita, en het feit dat deze jongen een autismespectrumstoornis heeft, zijn we gaan kijken naar zijn fantastische wolkenkonijn. Wat betekent het als er zo’n fluisteraar in je hoofd is gaan nestelen?

Op de momenten dat mama Rita, of iemand anders, een vraag stelt, voelt dat voor Ben aan alsof er het onmogelijke van hem wordt verlangd. Mede omdat hij niet kan inschatten welk de bedoeling is van de kwestie. Het is voor hem alsof ie de opdracht heeft gekregen om een immense heuvel met kiezelsteentjes op te moeten wandelen, zonder te weten hoe hoog de berg is en, zonder schoenen aan. Probeer het zelf maar eens uit om een torenhoge massa vol onhebbelijke dingen blootvoets te begaan, daar komt geen einde aan. Dat laatste is dan het gevoel dat je daarbij zou kunnen ervaren omdat je, vanuit onwetendheid, geen idee hebt welke hoogte het gebergte heeft. Wat gaat er komen? Hoe lang gaat het duren?

Het kan angst opwekken of het kan je piekerende gedachten brengen die je onaangekondigd overvallen, en aldus ook allesbehalve gewenst zijn. En je begint er bij voorbaat ofwel niet aan ofwel met hele lange tanden vanuit een zeker ‘please’-gedrag, of omdat er je een of andere ‘beloning’ werd beloofd. Je gaat zitten als vastgeplakt op de grond of je bijt je erin vast met een traagheid van een uitermate langzame slak. Oneindigheid verzekerd.

Niet weten hoe groot een obstakel is, het geeneens kunnen inschatten, en met tere voetjes op een oneffen bodem stappen, wekt ongetwijfeld enige, of meer, weerstand op. Zeker als een berg (één vraag) ineens een heel plateau (meerdere vragen) blijkt te zijn. Eén vraag die ongewild protest en stilzwijgen opriep; vanuit de complexiteit die er in een vraag stellen wordt ervaren binnen een autismespectrumstoornis. Het is alsof je vredige binnenwereld wordt overvallen door soldaten die je onverwacht volop oorlog verklaren, en wat kun je daarmee doen?

Mensen met een autismespectrumstoornis kunnen niet zo goed inschatten wat er van hen wordt verlangd als ze een vraag toegeworpen krijgen. Dat op zich is al moeilijk genoeg om de buitenwereld duidelijk te maken. En dat kan als knellend worden beleefd, van beide kanten.

Stel je het gevoel voor dat je gedwongen wordt tot schoenen maatje 37 aandoen, terwijl je een 39 hebt. En wat zou je verder gewaarworden als je daarmee onder druk een blokje om zou moeten lopen? Hoogst waarschijnlijk buitengewoon ongemakkelijk.

De weerstand die Ben hierin ervoer, ontstond vanuit diverse hoeken binnen zijn autisme-spectrum-stoornis. Eén daarvan is dat vragen, voor iemand als Ben, voor heel wat frustratie kunnen zorgen. Hoe schat je met zulke ontwikkelingsstoornis in of een vraag vanuit weloprecht gemeende belangstelling en interesse komt? Of dat de vraag vanuit een behoefte van de ander is ontstaan, of wanneer het een eis tot actie is? 

Rita heeft er, zoals velen onder ons, voordien nooit bij stil gestaan wat één vraag bij haar kinderen teweeg kan brengen. Inzien dat de reactie van stilzwijgen op haar vraag weinig met haar als moeder te maken had, maar alles met de onduidelijkheid die haar kinderen overstuur maakten, bracht een heel nieuw zicht op het autisme van, en hoe omgaan met, haar kinderen. Dit staat los van haar eigen reactie op de stilte waar ze het best moeilijk mee had. Die spiegel zal ze nog aangaan in het verloop van haar eigen traject.

Als ouder, als opvoeder, dien je duidelijk te zijn in de bedoeling(en); achter je vragen – in je communicatie. Mensen met een autismespectrumstoornis begrijpen niet altijd wat je van hen wilt, of wat je hen tracht te vertellen, ook al zeggen ze wel dat ze je begrijpen. Ze begrijpen je geeneens altijd, maar durven dat geenszins door te geven.

 

Ben heeft zijn wolk-en-konijn op een fijne manier weergegeven in klei en we hebben het op een schilderwerkje van Gwyn gezet … de ogen van alle mensen die met elkaar in verbinding staan (acrylverf op doek) … ze deden ons denken aan de gedachtestroom van Ben; van de ene gedachte naar een andere, die weer leidde naar een nieuwe enzovoorts.

 

Reageer