Skip links

Bomen die klagen – Taalgebruik

“If you can not be positive, be quiet.” (Joel Osteen)

 

“Weet jij hoe bomen die klagen, zeuren en zagen eruit zien?”, vroeg Rita op een verdwaasde toon. “Hij zou zichzelf bijna tot planken versnijden omdat hij zijn ruwe bast geeneens weet te appreciëren.”, voegde ze eraan toe. Klagen is een vorm van negatief taalgebruik die wel vaker wordt getolereerd in onze maatschappij, omdat we er mee werden grootgebracht. Het is bijna alsof het generaties lang in stand werd gehouden als een aanvaardbare ‘gewoonte’. Maar sta je er eens voor jezelf bij stil vanuit de vraag: “Wat brengt me dit vandaag nog?”

Als mens zou je jezelf bijna mee ontdaan voelen bij het aanzien van Rita’s blik en houding. Haar verontwaardiging droop gewoon van haar af als een ijsje dat heftig smolt onder een tropische zomerzon. Ze voelde zich overduidelijk moe, overprikkeld en enigszins teleurgesteld over het taalgebruik van een boom van een kerel. Want het ging uiteraard helemaal niet letterlijk over bomen die lamenteren, maar wel om een stevige en intelligent uitziende man die ze recent had ontmoet. Bomen gaan tekenen daar had ze allesbehalve zin in, op dat moment, dus houden we dat voor later als creatieve uitdaging om dieper te gaan exploreren. Het zou ons wel een mooi visueel beeld kunnen brengen met takken die oneindig lang reiken en positief of negatief kunnen bewegen. Waar hak je de tak af?

Als hoogsensitieve vrouw vangt Rita ontzettend veel prikkels op en heeft ze redelijk wat tijd nodig om die informatie te kunnen verwerken. In haar redenering dacht ze dat een boom die stevig verankerd staat op zijn bodem, met zijn wortels tot diep in de grond reikend, levendige takken zou laten groeien. Maar nu voelde ze zichzelf verrast met dat die fysiek flink gevormde man voor haar neus, die helemaal niet zo stevig in zijn wortels bleek te staan. Ze zag ineens in dat als de kern van een boom binnenin ziek is, om welke reden dan ook, dat andere delen van de boom zich langzaamaan beroerd zullen voelen en ongezond kunnen worden. En dat ook de omgeving daar op termijn onder zou kunnen lijden.

Wat aan de buitenkant blakend, ongeschonden en stevig leek te zijn, bleek binnenin gebrekkig en akelig voor Rita. Een doosje kan op het eerste zicht mooi verpakt zijn met een formidabele strik daarbovenop, en je ogen kleurrijk strelen, maar uiteindelijk is het de inhoud die van belang is. Met respect voor ieders terrein en groeimogelijkheden gingen we op ontdekkingstocht in het bos der bomen van patronen.

Tussen de bomen door bleek dat het zelfs geeneens over een klein beetje klaagwerk ging, maar om behoorlijk beladen taalgebruik. En zulk taalgebruik ondermijnt een positieve relatie met jezelf en met een ander. Want van daaruit ging Rita op haar tenen lopen alsof ze zichzelf in een mijnenveld waande, en voordat je het weet zou ze zo op zo’n landmijn kunnen trappen ondanks haar voorzichtigheid. Je zou bijna kunnen stellen dat gedrag, en aldus ook taalgebruik, besmettelijk is; niet letterlijk maar wel figuurlijk gesproken. Het was voor Rita gekend terrein aangezien er ooit in opgevoed werd.

Negatief taalgebruik kan aanstekelijk werken, en is aldus overdraagbaar, en daar dienen we ons als mens bewust van te zijn. Ook om vanuit dat besef onze relaties weloverwogen uit te kiezen, en aldus heeft Rita gefundeerd afstand genomen van de ‘bomenman’.

Voor Rita leek het alsof die boom van een peer met zijn takken in haar lichaam, hoofd en ziel bleef prikken. Ze voelde eerst kleine speldenprikjes in de taal van de ander, en het werden gaandeweg heuse messteken in haar gemoed. Het negatieve taalgebruik van die gast ontnam haar vreugde en haar positieve perspectief over hem, maar ook over haar zelf. Zijn taalgebruik zei echter weinig over Rita, omdat zo’n bomenman beladen taalgebruik hanteerde vanuit zijn eigen negatieve emoties – die hij geeneens wil voelen – en ze op Rita projecteerde. Dat heeft ie ongetwijfeld onbewust gedaan.

Onbewust of bewust, dat maakte voor Rita weinig uit omdat de uitkomst hetzelfde bleef; ze kon moeilijk liefde voelen voor iemand die zo met zichzelf en anderen omging. Je kunt daar alleen maar met enige mildheid tegenover staan en toekijken, en voor de rest voor jezelf positief verder gaan. Een ander is een ander en het enige wat je kan veranderen is je eigen kijk. Dat geheel aan planken accepteren bracht Rita weer een stap dichter bij haarzelf en haar eigen stilte. Ze begrijpt dat ze zichzelf beter in stilte kan bewegen dan meedoen aan zulk disharmonisch gedrag als beladen taalgebruik.

Bomen die klagen, zagen en zeuren kun je in hun eigen bos laten staan, die hoef je geenszins over te planten want er zijn wouden genoeg om je beter bij te voelen. Als je jezelf als mens moeilijk positief kunt uitspreken over een ander, kun je beter de stilte bewaren en zwijgen. Taal hoort eerlijk, direct en constructief opgebouwd te worden als een vitale sterke boom, niet star maar buigzaam, en dat vraagt enig bewustzijn en oefenwerk. Werken aan je eigen boom en je eigen bos is de mooiste agricultuur dus ontwikkel jezelf een prachtig woud waar je van houdt. Het groeien en bloeien begint altijd bij jezelf.